dinsdag 25 juni 2019

Gewikt en gewogen - deel II

Bijna drie maanden geleden schreef ik mijn eerste reisblog op het vliegveld van Eindhoven. Over het wikken en wegen dat vooraf ging aan mijn sabbatical. Waar naartoe? Op welke manier? Welke route? Wat moet er in de rugzak. 
Nu zit ik weer op een vliegveld en schrijf ik mijn laatste reisblog. Misschien dat er nog een keer een ps-blog of terugkijk-verhaal volgt, maar dit is wel het laatste dagelijkse bericht. 
De rugzak is volgens de meter bij de check-in balie een kilo lichter dan bij vertrek: 8,5 kilo. En wat er in zit is helemaal niet meer zo belangrijk. Een broek met een winkelhaak. Een regencape met een flink stuk tape erop. Een shirt waar ik de vlekken met de handwas niet meer uit kreeg. Een ehbo-kit zonder blarenpleisters. Een onderbroek met een gat erin. Een verfrommeld routeboek. 
De echte dingen van gewicht zitten niet meer in mijn rugzak, maar zitten in mijn hoofd. De beelden, de geluiden, de geuren, de herinneringen. 
Als ik nu wik en weeg, gaat het daarover. Dat deze reis me ongelofelijk veel heeft gebracht. Dat al die herinneringen ontzettend waardevol zijn. Dat ik inspiratie en energie heb opgedaan. Dat ik ‘de mensheid’, Italië, mijn vrienden én mezelf beter heb leren kennen. 
Al die voorbereiding, energie, kou, nattigheid, hitte, grote en kleine pijntjes, het weegt allemaal niks in vergelijking met wat het me heeft opgeleverd. 
Vol van de reis, maar licht als een veertje vlieg ik naar huis. 

maandag 24 juni 2019

Bari aan zee

Hoe kan ik de laatste dag in Italië beter afsluiten dan aan zee? Ik ga naar het strand, net buiten het centrum van de stad. Het is volop zomer, de strandtenten zijn in vol bedrijf. De strandbedjes staan in vol gelid. Hoe anders was dat nog toen ik de eerste dag langs het strand vam Ventimiglia liep. Daar werd toen nog gebulldozerd met zand, getimmerd en met meubilair gesleept. Het strand ligt vlak bij de haven, waar enorme containerschepen en misschien wel nog grotere cruiseschepen in- en uitvaren. En dat brengt weer de beelden terug van de havens van Savona en Genua. Alsof de cirkel weer rond is. 
Maar hoe staat het ondertussen met Italië? Dat was ook een van mijn vragen voordat ik weg ging. Hoe gaat het met dit land? Het antwoord dat ik erop geef is natuurlijk alleen maar mijn perspectief. Gebaseerd op wat ik zie, wat ik hoor van de mensen, wat ik zie op TV, wat ik lees in de kranten (vooral de regionale kranten zoals de ‘Gazzetta del Mezzogiorno’ vind ik heerlijk om te lezen bij de ochtendcappuccino). 
Het is een land in crisis, een land in verwarring. Economisch gaat het niet al te best. Hoge werkloosheid, veel armoede. Politici die elkaar de tent uitvechten in plaats van de problemen aan te pakken. Hier in het zuiden: de ‘kathedralen in de woestijn’, de grote industriële complexen die hier in de jaren zestig zijn gebouwd, zijn of worden gesloten. De metaalfabriek in Taranto had al gezorgd voor een ecologische crisis met veel vervuiling en een hoog percentage kanker als gevolg. Nu dreigt de sociale crisis als de fabriek echt sluit. 
De olijfbomen onder Brindisi zijn besmet met een virus. De enige oplossing: alle olijfbomen kappen. Dat is een waanzinnig drama. 
Tegelijkertijd gaan mensen verder met hun leven, en vergeten ze niet te genieten. De passegiata is ook hier in Bari een mega-evenement. Het steand is goed bezet, ook op maandag. Terrassen en restaurants lijken goed gevuld. En wat me ook opvalt: de werkgelenheid is kennelijk nog zo goed, dat het echte werk op het land wordt gedaan door Afrikaanse immigranten. In Noord- én Zuid-Italië. 
Ook zichtbaar: de kansen die het toerisme biedt. In Toscane hebben ze dat al heel goed begrepen, in Cinque Terrre zijn ze al over het randje gestruikeld, in Puglia groeit het. Dit jaar 3% agriturismos erbij. Ik hoop dat ze hier kiezen voor het ‘Toscaanse model’ met meer kwaliteitstoerisme. En dat ze het ‘Spaanse model’ gericht op goedkoop massatoerisme links laten liggen. De kust en de stadjes hier zijn prachtig. Je moet er niet aan denken dat het hier ook zo’n betonnen Costa del Sol wordt. 
Wat ik ook hoor en zie: veel mensen met initiatieven. Maar vaak worden de initiatieven gesmoord in corruptie en vriendjespolitiek. En als je geen vriendje bent van de burgemeester, de burgemeester niet bij zijn voornaam kan aanspreken zoals ik iemand heb horen verzuchten, dan kom je niet ver met je initiatief. 
Die houding van politici en ambtenaren is hier zo slecht, dat ik in gesprekken nauwelijks durf te vertellen dat ik ambtenaar ben. En dan ook nog met drie maanden vakantie! Dat bevestigt ook wel alle vooroordelen. Ik moet wel zo’n overbodige uitvreter zijn. 
Kortom: Met Italië gaat het niet geweldig. En toch is het het allermooiste land dat ik ken, met de allermooiste taal en geweldige inwoners. Of ik hier ooit ga wonen, ik vraag het me af. Maar dat ik hier nog heel heel vaak ga komen staat als een paal boven (het Middelandse Zee-)water. 

zondag 23 juni 2019

Iets om naar uit te kijken in Bari

Gisteravond een laatste bezoekje aan de kathedraal van Trani. De toren op. Een kaarsje bij San Nicola Pellegrino voor de veilige aankomst en voor alle pelgrims die nog onderweg zijn. Een laatste rondje langs de haven. Mijmeren vanaf mijn terrasje. 
‘Iets om naar uit te kijken’ schreef ik gisteren in een appje. Ik moest meteen terugdenken dat ik tijdens mijn reis steeds probeerde om een kleine beloning voor mezelf bij me te hebben. Iets voor als het even minder goed gaat, of als je even wat extra’s nodig hebt. Een paaseitje, een snoepje, een voorverpakt koekje. Doorgaans meegenomen uit hotelkamers, appartementjes of ontbijttafel. Het stelt niks voor, en toch was het belangrijk voor me. Het idee dat er altijd nog een verrasing in de rugzak zit, terwijl je niet meer precies weet wat het was, laat staan in welke staat. Ik had bijna altijd iets om naar uit te kijken. En daardoor kon ik na een klim in Liguria intwns genieten van een half gesmolten paaseitje. Werd de kou voor G en mij wat lichter toen ik twee snoepjes tevoorschijn kon toveren, en heb ik tijdens een kleine hongerklop de kruimels van een lang gedeukt en gebutst fabrieksaartje uot de hoeken van de verpakking gevist. Altijd iets om naar uit te kijken. Fysiek is het niks, mentaal is het alles. 
Over mentaal gesproken, lezer Gineke V. te B. vraagt of ik heimwee heb gehad en of ik heb overwogen om te stoppen en of ik wel wens heimwee had. 
Van opgeven was eigenlijk maar een keer sprake, en dat is vreemd genoeg op de avond van de dag dat ik op mijn blog had geschreven dat ik blij was dat ik niet in het KLM-vliegtuig richting Amsterdam zat, dat ik net over had zien vliegen. Dat blog schreef ik aan het water, vlak bij Genua. Daarna ben ik letterlijk naar mijn B&B gestrompeld en toen ik daar mijn schoenen uittrok ontdekte ik twee mega-blaren. Toen heb ik wel gedacht aan stoppen. En uiteindelijk bén ik toen ook gestopt, alleen niet naar huis gegaan, maar in Italië gebleven, en bij Joost en Tiziana weer op krachten gekomen. 
Verder zijn er dagen geweest met meer zin en met minder zin. Dat ik Monte Sant’Angelo zou halen heb ik zelf lang niet geloofd, maar opgeven, dat niet. Ik bracht het dan steeds terug tot kleinere stukjes: Eerst maar eens naar Rome, naar Sarzana, naar het einddoel van de dag, naar de volgende heuveltop. Dan zien we daarna wel weer verder. 
Van heimwee heb ik geen last gehad. Elke avond een ander bed, en toch eigenlijk nooit het verlangen naar mijn eigen bed. Misschien komt dat omdat ik  teveel meemaakte en dus werd afgeleid om aan thuis te denken. Voor een deel heb ik ‘thuis’ ook bewust op afstand gehouden door niet teveel te appen en te bellen. Door alle social media aan de kant te zetten. En zeker in het begin ook door het Nederlandse nieuws niet te volgen. Wat er niet is, mis je ook niet. Wel miste ik G. heel erg. Maar liever dat ik naar huis zou gaan, wenste ik dan dat zij hier zou zijn. Italië is prachtig, maar Italië is twee keer zo mooi als je het samen ziet. 
De heimwee komt eigenlijk pas vandaag als ik op het station van Trani zit en wacht op de trein naar Bari. Alles is gedaan. De tocht gelopen. De zee bezwommen. Trani weer in de armen gesloten. Wat moet ik eigenlijk nog anderhalve dag in Bari? Mooie stad hoor, daar niet van. Maar het voelt toch als wachten op het vliegtuig dat dinsdag pas gaat. Ik geloof dat het nu wel voldoende is geweest. Nu wil ik wel naar huis.